Nieuwe producten

Beleidsadvies door waardevolle data

Met ons individueel, collectief en plusaanbod leggen wij een stevig fundament om eventuele problemen vroeg te signaleren, de ontwikkeling van alle jeugdigen tot 18 jaar te monitoren en preventie te bieden. Om dit aanbod te versterken, en om de gewijzigde Wet publieke gezondheid goed uit te voeren, hebben wij 4 kerntaken. Eén daarvan was in 2016 nieuw: beleidsadvisering. Beleidsadviseur Cathelijn van Baar en epidemioloog Rienke Bannink vertellen erover.

“Dankzij onze digitale kinddossiers hebben wij veel waardevolle data”, vertelt Cathelijn. “Die kunnen we gebruiken voor onze nieuwe taak beleidsadvisering. Op basis van inhoudelijke, kwantitatieve en kwalitatieve rapporten en trendanalyses kunnen we gerichte adviezen geven aan gemeenten en belangrijke ketenpartners zoals scholen en kindercentra. Daarnaast gebruiken we de data om nieuwe producten en diensten te ontwikkelen.”

Gegevens analyseren

“Wij kunnen gemeenten en anderen inzicht geven in de gezondheid van jeugdigen en adviseren over het te voeren beleid”, vult Rienke aan. “Dit doen we door de gegevens die wij verzamelen te analyseren. Als in een gemeente bijvoorbeeld relatief veel kinderen gesignaleerd worden met over- of ondergewicht, kunnen wij gerichte adviezen geven over de aanpak ervan.”

Rienke Bannink, epidemioloog en Cathelijn van Baar, beleidsadviseur

 “Onze digitale kinddossiers geven ons waardevolle data voor gerichte adviezen.

 

Gericht advies

Over- en ondergewicht is een van de eerste onderwerpen waarmee we in 2016 aan de slag gingen. Vanuit de gemeenten was hier veel vraag naar. Het rapport, dat de problemen zowel op landelijk als lokaal niveau analyseert, verschijnt in het eerste kwartaal van 2017. Cathelijn: “Wij adviseren de gemeenten over hoe ze deze problematiek binnen de gemeente kunnen aanpakken. Daarbij kijken we ook naar het bestaande beleid en naar eventuele interventies die al worden ingezet.”

Kerntaken

Onze vier wettelijke kerntaken zijn:

  1. Begeleiden, adviseren en voorlichten
  2. Afstemmen van zorg
  3. Aansluiten formele netwerken
  4. Beleidsadvisering.

Meer informatie over onze kerntaken leest u in ons Productenboek.



Digitale vragenlijst toetst gezondheid 12+’ers

Om sociale problemen op tijd te kunnen opsporen en te weten te komen wat er speelt in het leven van jeugdigen vanaf 12 jaar, is de vragenlijst Jij en je gezondheid ontwikkeld. Wij pasten de landelijke inhoud aan op onze lokale wensen en startten in 2016 met het gebruik ervan. Jeugdverpleegkundige Margo Voskamp vertelt erover.

“Leerlingen in de derde klas van het voortgezet onderwijs beantwoorden onze digitale vragen”, vertelt Margo. “Ze gaan over verschillende onderwerpen; van verdovende middelen en gamen tot eten, seks en nare gebeurtenissen. Hoe voelt een leerling zich, hoe gedraagt hij zich thuis en op school, en hoe gaat hij om met anderen? De antwoorden vormen, samen met ons dossier, een beeld van wie een verhoogd risico heeft op sociaal emotionele problemen. Die leerlingen nodigen wij uit voor een gesprek.”

E-MOVO versus Jij en je gezondheid

De basisinhoud van Jij en je gezondheid verschilt bijna niet van voorganger E-MOVO. De lijst behandelt meer onderwerpen en de opbouw van vragen is logischer en duidelijker. Jongeren lopen er gemakkelijker doorheen. Margo: "De afname van de lijst is niet wezenlijk anders, het uitlezen ervan wel. Dat gaat veel sneller en effectiever en kost ons daarom minder tijd. Na de afname krijg je een helder klassenoverzicht; door verschillende kleuren zie je gelijk waar eventuele problemen zitten en een vervolgafspraak gewenst is. Bovendien toont het een overzicht van de leerlingen die je gelijk wilt zien, bijvoorbeeld omdat ze depressief zijn, mutileren of aan zelfmoord denken. Ik verwacht dat leerlingen dit soort onderwerpen sneller met mij bespreken nu ze er gerichte vragen over krijgen."

Snelle inschatting

Voor haar werk als jeugdverpleegkundige vormt de vragenlijst een handig hulpmiddel, vindt Margo. “Het wordt klassikaal, maar individueel ingevuld. De vragen zijn helder, uitgebreid en aangepast op wat kinderen begrijpen. Samen vormen de antwoorden een gewogen oordeel. Die uitslag zie ik gelijk en zo kan ik snel een inschatting maken: wie moet ik direct uitnodigen voor een gesprek? Ook zie ik in één oogopslag wat er speelt in een klas. Het zorgt er dus niet alleen voor dat we individuen op tijd hulp kunnen aanbieden, we signaleren bijvoorbeeld ook pestgedrag of alcoholgebruik in een klas. Dat kunnen we dan terugkoppelen aan de leerkracht, mentor of zorgcoördinator.

Margo Voskamp, jeugdverpleegkundige

Signalen en trends

Naast een betere aansluiting van ons aanbod op individueel en klassikaal niveau, geeft Jij en je gezondheid ons meer inzicht in hoe jongeren leven en welke trends er zijn. Die informatie kunnen we gebruiken voor gerichte lokale adviezen en de ontwikkeling van ons productaanbod. “Het onderwerp dat mij het afgelopen jaar vooral opviel, is het gebruik van de waterpijp”, zegt Margo. “We vragen er gericht naar en veel kinderen antwoorden dat ze wel eens waterpijp roken. Dat is minder onschuldig dan we tot voor kort dachten. Ik geef dan uitleg, zodat jongeren zelf weloverwogen een keuze kunnen maken. Sowieso vinden ze in de vragenlijst veel informatie over verschillende onderwerpen; daar kunnen ze uithalen wat ze zelf willen.

Positieve ervaring

De 15-jarige Timo is een van de eersten die de nieuwe vragenlijst invulde. “Ik vind het een handige manier om erachter te komen of het goed met mij gaat”, vertelt hij. “Sommige onderwerpen zijn lastig om over te praten; ik denk dat het gemakkelijker gaat nu je het eerst achter de computer kunt invullen. De vragen zijn goed te beantwoorden en niet dwingend geformuleerd. De uitslag vind ik overzichtelijk, je ziet in kleuren wat goed gaat en wat beter kan. En wil je zelf een gesprek, dan kun je dat aangeven zonder dat het anderen opvalt. Ja, ik ben positief over deze vragenlijst.”



Toolkit voor opvoedondersteuning

Opvoeden is niet altijd gemakkelijk. Wat doe je bijvoorbeeld als je peuter opvallend veel driftbuien heeft, je kleuter niet zonder luier kan of je puber ’s avonds met geen mogelijkheid in slaap komt? Dan kun je terecht bij onze jeugdverpleegkundigen. Om hen bij hun werk te helpen, is in 2016 de toolkit Pedagogische preventie door jeugdverpleegkundigen ontwikkeld. Beleidsadviseur Anja Bakker en orthopedagoog Sofus de Rooij vertellen erover.

Sinds 2015 is preventieve opvoedondersteuning een wettelijke basistaak voor de jeugdgezondheidszorg. Dat is handig, want veel ouders lopen tegen dezelfde opvoedproblemen aan. “Deze vaak heel normale situaties zijn meestal met een kort traject goed op te lossen”, vertelt Anja. “Terwijl je uiteindelijk grotere problemen kunt krijgen als je er niet mee aan de slag gaat.”

Oplossingsgericht werken

Onze jeugdverpleegkundigen weten raad bij dit soort lichte vraagstukken: in maximaal 3 huisbezoeken ondersteunen zij ouders en jeugdigen. Zij kunnen daarbij de toolkit Pedagogische preventie door jeugdverpleegkundigen gebruiken. Methodiek- en themakaarten geven informatie over de meest voorkomende vragen van ouders. Van moeilijk etende peuters tot grenzen stellen en van praten met pubers tot de seksuele en relationele ontwikkeling. Anja: “De toolkit werkt oplossingsgericht. We gaan dus altijd uit van wat goed gaat, in plaats van de schijnwerper te zetten op wat niet lekker loopt. Dat past echt bij ons gedachtengoed: wij staan naast de ouders om samen na te denken over wat ze nodig hebben om te bereiken wat ze willen.”

 De informatie is concreet, helder, overzichtelijk en vult de kennis aan die ze door hun opleidingen en ervaring al hebben.”

Heldere handvatten

De verschillende tabbladen in de toolkit helpen jeugdverpleegkundigen dieper in te gaan op een opvoedsituatie. “De informatie is concreet, helder, overzichtelijk en vult de kennis aan die ze door hun opleidingen en ervaring al hebben”, licht Sofus toe. “Neem bijvoorbeeld het onderwerp scheiden: veel jeugdverpleegkundigen kennen dit onderwerp. Maar ze voelen zich niet altijd voldoende onderlegd om erover te adviseren wanneer ouders in scheiding liggen of zich afvragen hoe ze een nieuwe partner het beste kunnen voorstellen aan hun kinderen. De toolkit geeft dan handvatten.”

Ontwikkelingen 2017

In de praktijk zag Sofus al een paar keer dat de methodiek- en themakaarten hun vruchten afwierpen. Sofus: “Mijn ideaalscenario is zelfs dat dit zo goed gaat werken dat het zichzelf ooit overbodig maakt!” Toch wordt het nog niet door iedereen gebruikt. Daarin ligt een grote kans voor 2017, blikt Anja vooruit. “Nog niet alle jeugdverpleegkundigen konden de training volgen die bij de toolkit en het oplossingsgericht werken hoort. Dat zorgt voor een drempel om ermee aan de slag te gaan, merken we. Voor 2017 plannen we daarom nieuwe trainingen. Daarnaast bleek het verantwoorden van gewerkte uren niet altijd makkelijk te zijn; dat is sinds 1 januari opgelost. We streven ernaar dat binnenkort alle jeugdverpleegkundigen de toolkit goed kunnen gebruiken!”

Complexe situaties

Meer gecompliceerde situaties zoals een vechtscheiding of balans vinden tussen draagkracht en draaglast wanneer er veel speelt in een gezin, passen lastig in de korte gesprekken die horen bij pedagogische preventie door jeugdverpleegkundigen. Orthopedagoog Sofus de Rooij: “Is een situatie complexer, speelt een probleem al lang of is het met 3 korte gesprekken niet op te lossen, dan verwijst de jeugdverpleegkundige door naar de (ortho)pedagoog.”

Positieve reacties

“Wij bieden vaak pedagogische ondersteuning”, vertelt jeugdverpleegkundige Marie Anne Ravenschlag. “Als er vanuit ouders een hulpvraag komt waarvoor we tijdens het reguliere contactmoment niet genoeg tijd hebben, bijvoorbeeld over het slapen van hun kind, dan maken wij een extra afspraak op het CJG of thuis. We analyseren dan samen met de ouder het probleem om hierna verder te helpen bij het oplossen ervan. Hierbij helpen de toolkit en het oplossingsgericht werken. Van ouders krijgen we positieve reacties.”



Pilot prenatale huisbezoeken

Ons aanbod begint al tijdens de zwangerschap: wij kunnen aanstaande ouders begeleiden en steunen, door ze informatie te geven over een gezonde zwangerschap en ze voor te bereiden op het aanstaande ouderschap. Elke gemeente kiest welke inzet het best aansluit bij de lokale situatie en wensen. In Rotterdam draait sinds eind 2016 een pilot Prenatale huisbezoeken. Projectleider La-Yong Hu vertelt erover.

“Onze pilot sluit aan bij het programma Stevige Start, dat extra maatregelen biedt om kinderen vanaf de zwangerschap tot 4 jaar gezond, veilig en kansrijk te laten opgroeien. Als we aanstaande ouders al tijdens de zwangerschap ontmoeten, kunnen we eventuele risico’s in een vroeg stadium signaleren en waar nodig toeleiden naar passende zorg.”

La-Yong Hu, projectleider

De zoektocht naar de best passende werkwijze is in volle gang.

Belangrijke samenwerking

De proef draait in 6 Rotterdamse gebieden en we werken ervoor samen met Kraamzorg Rotterdam, verloskundigenpraktijken Lize Verbaas en Centrum Bergweg. “Die samenwerking is erg belangrijk”, benadrukt La-Yong. “In praktische zin omdat zij de zwangeren in beeld hebben en met ons in contact kunnen brengen, maar vooral om samen te onderzoeken waar we elkaars aanbod kunnen aanvullen. Wat zijn onze afzonderlijke expertises en hoe kunnen we die gezamenlijk inzetten als compleet aanbod waar aanstaande ouders baat bij hebben? De zoektocht naar de best passende werkwijze is in volle gang.”

Bekend gezicht

Onze prenatale huisbezoeken zijn bedoeld voor aanstaande ouders die voor het eerst een kind verwachten. “We nemen contact op met de mensen van wie wij, via onze samenwerkingspartners, de gegevens kregen”, vertelt La-Yong. “Hebben zij behoefte aan een gesprek, dan komt een van onze jeugdverpleegkundigen tussen week 16 en 24 van de zwangerschap langs. De gesprekken gaan bijvoorbeeld over hechting, een gezonde leefstijl en veiligheid, maar ook over hoe iemand de zwangerschap beleeft en zich voorbereidt op het ouderschap. We proberen het bovendien zo te plannen dat dezelfde jeugdverpleegkundige ook na de bevalling het geboortehuisbezoek doet. Het is dan voor ouders vaak prettig om een bekend gezicht te zien.”

Stevige start

De pilot loopt tot 1 april 2017 en wordt tussendoor geregeld geëvalueerd en waar nodig aangepast. Daarnaast is er een onderzoek aan gekoppeld, dat een onderzoeksbureau van de gemeente Rotterdam uitvoert. “Uiteindelijk draait het natuurlijk om de meerwaarde”, zegt La-Yong tot slot. “We onderzoeken of een groep ouders behoefte heeft aan onze prenatale huisbezoeken, en het echt bijdraagt aan een stevige start!”

Zinvol aanbod

Jeugdverpleegkundige Lone Lyck werkt als jeugdverpleegkundige mee aan de pilot Prenatale huisbezoeken in Rotterdam. “Mijn eerste ervaringen zijn positief”, vertelt ze. “De ouders bij wie ik op bezoek ben geweest waren zeer geïnteresseerd en wilden van alles weten, bijvoorbeeld: hoe gaat het straks op het consultatiebureau, waarvoor kunnen we het CJG bellen, wat moeten we weten over de hechting van ons kindje? Wel merk ik dat we nog zoeken naar een goed passend aanbod, in samenwerking met de kraamzorg en de verloskundigen. Want het is heel leuk om te doen, maar uiteindelijk moet het natuurlijk wel zinvol zijn!”



Minder angst en depressieve klachten

Kun je de kans op een depressie op latere leeftijd voorkomen door kinderen specifieke vaardigheden aan te leren? Dat kan, vertellen Ramine de Zoete en Chantal Six van CJG Brielle. Samen geven zij in Brielle de Vriendentraining, een evidence based programma voor meer zelfvertrouwen en een positiever zelfbeeld.

​Elke gemeente heeft inwoners met depressieve klachten, zo ook de gemeente Brielle. CJG Brielle krijgt van de gemeente subsidie voor een preventieve aanpak van depressies. “We zijn op zoek gegaan naar een programma dat angst en depressieve klachten bij kinderen vermindert”, licht jeugdverpleegkundige en pedagoog Chantal toe. “Ook willen we kinderen coping mechanismen aanleren om depressie in de toekomst te voorkomen.”

Australisch programma

Het juiste middel vonden Chantal en Ramine in de Australische Vriendentraining. De training bestaat uit 10 bijeenkomsten voor kinderen die al wat neerslachtig, onzeker of angstig zijn. Zij krijgen hulp bij het ontwikkelen van specifieke vaardigheden voor het omgaan met moeilijke situaties of situaties die angst oproepen. Ze leren bijvoorbeeld hoe ze hun eigen gedachten en gevoelens kunnen sturen, leren lichaamssignalen herkennen en doen ontspanningsoefeningen. Zo krijgen ze meer zelfvertrouwen en ervaren ze dat zij meer kunnen dan ze zelf denken. Ook worden ze gestimuleerd om moeilijke situaties toch aan te gaan. Dat werpt zijn vruchten af in de toekomst.

Chantal Six, jeugdverpleegkundige

We zagen de kinderen groeien tijdens de training. En ook ouders zijn positief, blijkt uit de evaluatie.

 

Succesvolle trainingen

In het eerste kwartaal van 2016 werd de Vriendentraining voor het eerst in Brielle gegeven. 10 kinderen uit groep 6 tot en met 8 deden eraan mee. Voor de ouders was er één bijeenkomst, met uitleg over angst en depressies bij kinderen en de invloed die je daar als ouders op hebt. “We zagen de kinderen groeien en door het afwisselende programma was er veel interactie tussen de kinderen mogelijk”, blikt Chantal terug. “Ook ouders zijn positief, blijkt uit de evaluatie. Zo vertelde een moeder over haar zoon dat hij echt is veranderd: hij is zelfverzekerder geworden en kan nu over zichzelf zeggen dat hij iets goed doet.” De eerste Vriendentraining was zo’n succes, dat het in het najaar van 2016 opnieuw is georganiseerd.

U bent hier

Financieel jaarverslag